Vaak wordt de term hielspoor gebruikt om diverse problemen in de hiel aan te duiden, maar dit is niet altijd juist. Een hielspoor (medische term: spina calcaneï) is namelijk een aanhangsel aan het hielbot dat zich gevormd heeft door kalkafzetting aan de hiel. Er zijn talloze mensen die onwetend met een hielspoor rondlopen, zonder dat het pijn of irritatie oplevert. Het hielspoor zelf veroorzaakt geen pijn, er ontstaan pas klachten van het hielspoor als het weefsel en botvlies er omheen ontstoken raakt. Onder de voet loopt een peesblad (fascia plantaris) dat aanhecht aan de hiel en aan de voorvoet. Door overbelasting (teveel lopen, sporten, lang staan enz.) wordt de vezelband/peesplaat onder de voet voortdurend uitgerekt. De aanhechting van het weefsel aan het hielbot komt hierdoor onder grote spanning te staan en het botvlies gaat ontsteken (fasciïtis plantaris). De ontsteking leidt tot pijn en irritatie en vaak ontstaat er na verloop van tijd een botaansporing – een hielspoor. In feite is een hielspoor dus niet de aanleiding tot irritatie of pijn maar veelal het gevolg.
 

Symptomen

  • Een felle, aanhoudende pijn aan de onderkant van de hiel, vooral bij het opstaan in de ochtend en juist na rust, ofwel startklachten.
  • Een nauwkeurig aan te duiden, felle of stekende pijn onder de hiel
  • Het hielbeen kan pijnlijk zijn als er op gedrukt wordt.
  • De pijn vermindert met rust. Over het algemeen wordt de pijn onder de hiel na verloop van tijd steeds erger, tenzij er een behandeling voor hielspoor gezocht wordt. Met andere woorden hoe langer u ermee doorloopt, hoe ernstiger het probleem wordt en hoe lastiger u er vanaf komt!

Oorzaken

Door langdurige overbelasting van de peesplaat onder de voet kan een hielspoor ontstaan. Bij bepaalde sporten en beroepen in combinatie met overgewicht, komt deze klacht regelmatig voor. Ook bij ouderen komt het vaker voor en bij mensen met afwijkend looppatroon of verkorte achillespees of peesplaat onder de voet. De pijnklachten worden meestal veroorzaakt door faciitis plantaris en niet door het hielspoor zelf.

Hielklachten zijn bijna altijd een overbelasting letsel dat vaak veroorzaakt wordt door een verkeerd of te veel belasten van de voet. De fascia plantaris wordt bij elke stap op rek gebracht waardoor ontstekingsverschijnselen optreden thv de aanhechting op de hiel als gevolg van:

  • Verkeerd looppatroon (overpronatie).
  • Verkorte of stijve spieren.
  • In een korte tijd te veel, te vaak en te snel hardlopen (heuveltraining) en het niet of onvoldoende uitvoeren van een cooling-down.
  • Dragen van schoenen, die onvoldoende de schokken van de landing absorberen en/of qua ondersteuning niet aan de voetvorm zijn aangepast.
  • Lichte standsafwijkingen van de onderbenen enkels of de voeten (bijvoorbeeld holvoeten of juist platvoeten)

Behandeling

Er zijn talloze behandelingen voorhanden om hielklachten te verlichten. Veel mensen doen weinig of niets aan hun hielklachten totdat de pijn ondraaglijk wordt en niet meer op de betreffende voet kan lopen. Hoe sneller u hielpijn aanpakt, hoe meer kans op volledige genezing.

Behandelmogelijkheden

  • Er zijn drie belangrijke pijlers waarop de conservatieve behandeling steunt, namelijk:Verminderen van de ontsteking in de acute fase Dit kan door ijs te leggen op de pijnlijke zone en kunnen ontstekingsremmers (NSAID’s) gebruikt worden op verwijzing van de huisarts. Bovenal is het belangrijk om rust te nemen en de voet minder te belasten!
  • Verminderen van de schokbelasting Met een laag schok dempend materiaal wordt de eerste schokbelasting van de hiellanding opgevangen en zorgt voor minder belasting en dus ook direct minder klachten.
  • Vermindering van de belasting op de peesplaat. Dit kan door middel van:
  1. massage
  2. taping
  3. maatwerk podotherapeutische steunzolen
  4. excentrische oefentherapie om de belastbaarheid van de peesplaat te verhogen
  5. rekoefeningen om de spanning op het hielbeen te verminderen
  6. mobiliserende technieken voor de gewrichten.

Uiteraard werken wij samen, indien gewenst, met sportfysiotherapeuten.